Normen

EN Normen


EN-340: Beschermende kleding – Algemene eisen

Deze norm beschrijft de algemene eisen, waaraan alle beschermende kleding moet voldoen.

Daarnaast gelden voor specifieke werkomstandigheden of aan het werk verbonden risico’s een aantal normen, die verderop in dit document worden beschreven.

Beschermende kleding moet altijd voldoen aan de volgende eisen:

pasvorm: de kleding, mits op de juiste manier gedragen, bedekt en beschermt het lichaam correct

ontwerp: het ontwerp is gericht op functionaliteit en gebruikscomfort

materiaal: de gebruikte stoffen zijn kleurecht, vormvast, sterk, duurzaam en wasecht; de stof is bestand tegen normale werkomstandigheden

markering: in de kleding wordt met maatlabels en etiketten aangegeven de maatvoering, de samenstelling van de stof, wasvoorschriften, de van toepassing zijnde normering, en overige voor de gebruiker relevante informatie

maatvoering: de maatvoering is gebaseerd op lichaamsmaten, gemeten volgens de Europese maatvoering


EN-342 kledingstukken voor bescherming tegen de kou

Deze norm valt in risicoklasse II van de richtlijn. Deze norm legt vereisten en testmethoden vast voor kledingstukken en kledingensembles (overall of tweedelig pak) voor bescherming tegen een koude omgeving (gekenmerkt door een combinatie van vochtigheid en wind bij een luchttemperatuur lager dan -5°C).


De kleding is te herkennen aan het pictogram met kristal. Uitgangspunt is dat de kleding een bepaalde laagopbouw heeft en dat het gedragen wordt met standaard ondergoed type B.

Naast het pictogram staan:

thermische isolatiewaarde (ICler waarde : thermische isolatie bij beweging en ICle: thermische isolatie bij stilstand; ondergoed type “B”, ondergoed type “C” of referentiekleding “R” )

X waarde: luchtdoorlaatbaarheid (klasse 1 tot 3, hoe hoger de klasse hoe beter de winddichtheid en hoe beter de bescherming tegen kou)

Y waarde: waterdampweerstand


EN-343 Bescherming tegen regen

De norm legt de eisen en testmethoden vast voor materialen en naden van kleding, die beschermt tegen neerslag (regen, sneeuw), mist en de vochtigheid van de grond.

Klasse 1: Het materiaal en de naden in nieuwstaat weerstaan een waterkolom van minstens 80 cm

Klasse 2: Het materiaal (na veroudering) en de naden (in nieuwstaat) weerstaan een waterkolom van minstens 80 cm

Klasse 3: Het materiaal (na veroudering) en de naden (in nieuwstaat) weerstaan een waterkolom van minstens 130 cm

Dit  is de mate van waterdampweerstand per m2  stof. Hoe kleiner de benodigde stof, hoe groter het ademend vermogen. Klasse 3 geeft het beste resultaat.

Ret > 40 m2

Ret < 40 m2 en > 20 m2

Ret < 20 m2


Daarnaast wordt getest op:

vormvastheid met een tolerantie van 3%, bij tricot 5% (ISO 5077)

een treksterkte van minimaal 450 N (ISO 1421 en 13934-1)

een scheursterkte van minimaal 25 N (ISO 4674)

een naadsterkte van minimaal = 225 N (ISO 13935-2)


EN 471 (2003) Hoge zichtbaarheid voor professioneel gebruik

Beproevingsmethoden en vereisten

De kleding die voldoet aan de norm valt volgens de richtlijn in risicoklasse II. De achtergrond, het fluorescerend materiaal, is toegestaan in de kleuren oranje, geel en oranje/rood. De kleurcoördinaten en de luminantiefactor moeten binnen bepaalde grenzen vallen (voor en na veroudering). Tevens worden er eisen gesteld aan de diverse kleurechtheden (van de fluorescerende kleuren, maar ook aan die van de contrastkleuren).

De klasse waar het artikel in valt staat naast het pictogram. Het bovenste cijfer geeft de klasse aan, waar het artikel binnen valt (vereist een minimale oppervlakte fluorescerend en reflecterend materiaal). Klasse 3 geeft de beste zichtbaarheid.

Klasse 1: vereiste oppervlaktes 0,14 m2 fluorescerend en 0,10 m2 reflecterend

Klasse 2: vereiste oppervlaktes 0,5 m2 fluorescerend en 0,13 m2 reflecterend

Klasse 3: vereiste oppervlaktes: 0,8 m2 fluorescerend en 0,2 m2 reflecterend


Het onderste cijfer geeft de kwaliteit van het reflectieband aan

1 is gemiddelde kwaliteit

2 is hoogste kwaliteit


Daarnaast gelden specifieke voorschriften voor de plaatsing van het fluorescerend en reflecterend materiaal, zoals het omsnoeren van de romp, de mouwen en de pijpen.


EN 13034-6 Bescherming tegen vloeibare chemicaliën

Vereisten voor kleding die een beperkte bescherming biedt tegen vloeibare chemicaliën (Type 6 kleding). Deze norm valt in risicoklasse III van de richtlijn. Het pictogram is een maatglas met ‘infoboekje’.

Type 6 beschermt het hele lichaam, type PB 6 slechts een gedeelte van het lichaam. Type 6 kleding biedt een beperkte bescherming tegen kleine spatten of een lichte nevel van chemische vloeistoffen. In het algemeen is deze kleding gemaakt uit vloeistofafstotende, maar niet volledig vloeistofdichte materialen (bijv. voor laboratoriumwerkzaamheden).

Materiaaleisen: volgens EN 14325 worden parameters opgesteld voor vloeistofafstoting, vloeistofpenetratie en een aantal algemene bepalingen voor schuur-, trek- en barstweerstand. Daarnaast is er een kleine bevlammingsproef (EN 13274-4), waarbij het materiaal niet langer dan 5 seconden mag nabranden na verwijdering van de vlam. Het materiaal moet zelfdovend zijn en mag geen brandende druppels bevatten.

Modelvereisten: er zijn een aantal specifieke eisen met betrekking tot de naden en assemblages. De naadsterkte wordt geclassificeerd en 7 bewegingen zijn omschreven waarbij een spraytest uitgevoerd wordt.

De chemicaliën en de klasseringen moeten in de gebruiksaanwijzing genoemd worden.


ISO 14116 (oud EN-533)Bescherming tegen hitte en vlammen

Deze norm kent alleen de vlamverspreidingstest en geen verdere modeleisen. De norm kent een indexsysteem m.b.t. brandgedrag van materialen en materiaalcombinaties.

Index 1: geen vlamverspreiding, maar er mag een gat ontstaan worden in het materiaal. Indien gebruikt in beschermende kleding, mogen dergelijke materialen niet in contact komen met de huid

Index 2: geen vlamverspreiding en geen gatvorming

Index 3: komt overeen met de code A uit de EN531: Materiaal 10 sec bevlammen waarna navlamtijd <2 sec, nagloei <2 sec, geen gatvorming en niet smelten

De norm voorziet ook in een duurzaamheidsindex, d.w.z. het minimum aantal keren, waarop een materiaal bij een bepaalde temperatuur gewassen kan worden, en toch zijn eigenschappen behoudt. De standaardprocedure is 12 maal wassen bij 75 °C, dus index 12/75.


ISO 11612 (oud EN-531) Bescherming tegen hitte

De norm ISO 11612 (EN531) bevat 5 specifieke vlam-/warmtespecificaties. Aan de eis “vlamverspreiding” (code A) moet steeds voldaan worden en bij ten minste één van de andere bepalingen moet minstens de laagste klassering (1) gehaald worden.

In de etiketten wordt de klassering van het artikel aangegeven:

A Vlamverspreiding (EN532): Materiaal 10 sec bevlammen waarna navlamtijd < 2 sec., nagloei < 2sec., geen gatvorming en niet smelten, geen brandende druppelvorming.

B Isolatie convectie-warmte, warmteoverdracht door vrije stromen van lucht (EN 367):    klassering van B1 tot B5

C Isolatie stralingswarmte (EN 366): klassering C1 tot C4

D Gesmolten aluminium (EN 373): klassering D1 tot D3

E Gesmolten ijzer (EN 373): klassering E1 tot E3


Klassering A,B, C, D1, E1 valt in risicoklasse II van de richtlijn. Wordt de code D2/E2 en hoger in de etiketten genoemd dan valt de kleding in risicoklasse III van de richtlijn. Zodra de code D en/of E genoemd worden, zijn ook een aantal modeleisen van toepassing:

De kleding mag geen metaal aan de buitenzijde bevatten.

Alle buitenzakken moeten voorzien zijn van een klep, die breder is dan de zak zelf.

Het ontwerp moet vermijden dat metaalspatten “gevangen” kunnen worden, d.w.z. blijven hangen in een plooi, naad e.d.


EN 50354 Risico bij een elektrische vlamboog

De norm wordt ingedeeld in risicoklasse III van de richtlijn. Het betreft hier een elektrotechnische norm die niet door CEN ontwikkeld is, maar door CENELEC (Commission Europénne de Normalisation Electrotechnique). Het is geen kledingnorm met kledingvereisten (zakken, kleppen e.d.), maar alleen een testmethode.

De testmethode beschrijft een proef waarbij een bepaalde hoeveelheid kiloampère op het doek wordt aangebracht (4 kA of 7Ka). Bepaald wordt dan hoe lang het duurt voordat een bepaalde temperatuurstijging ontstaat. Die tijd wordt vergeleken met een zogenaamde STOLL-waarde-tabel. Deze tabel geeft aan bij hoeveel seconden er 2e graads brandwonden zouden ontstaan.


EN 1149-5 Voorkoming van elektrostatische oplading

Antistatische kleding wordt gebruikt om te voorkomen dat door elektrostatische oplading vonken ontstaan, die brand of explosies zouden veroorzaken. Deze norm wordt veelal gekoppeld aan andere, zoals weerstand tegen ontvlamming (EN531/470) en valt in risicoklasse II van de richtlijn.

De normen vormen een reeks (EN 1149), die uit vier delen bestaat. De delen 1 tot 3 beschrijven materiaaltesten, deel 4 is nog in ontwikkeling, deel 5 legt de vereisten vast voor de antistatische kleding. Alleen de delen 1,3 en 5 zijn van toepassing op de antistatische kleding.

EN 1149-1: Oppervlakteweerstand

Door toepassing van twee technieken, geleiding of inductie, kan kleding antistatische eigenschappen toebedeeld krijgen. De elektrische lading wordt afgevoerd door middel van geleiding naar de aarde.

Het doek verliest de elektrostatische lading door geleiding. De geleiding wordt gemeten door twee concentrische elektroden te gebruiken.

Homogene materialen moeten een oppervlakteweerstand hebben lager dan 5.1010 O

Heterogene materialen (gecoat of gelamineerd) moeten aan één zijde ten minste aan deze eis voldoen

Niet-homogene materialen, waarin geleidende draden verwerkt zijn (koolstof of metaal), moeten een weerstand hebben lager dan 109 O. Die geleidende draden moeten in een raster van maximaal 10x10 mm liggen.


EN 1149-2: Doorgangsweerstand

Testmethode voor het bepalen van de doorgangsweerstand uitgedrukt in Ohm (O ) van het doek.


EN 1149-3: Testmethoden voor het meten van ladingsverval

Deze norm beschrijft meetmethoden voor het wegvloeien van elektrostatische ladingen aan de lucht. De methoden zijn van toepassing op alle materialen (homogene en niet-homogene) die bestaan uit vezels met oppervlaktegeleiding of kerngeleiding. Gemeten wordt de zogenaamde halfwaardetijd (t50 < 4s) of de afschermingsfactor (S > 0.2 (=1- ER/Emax)).


EN 1149-4: Samenstelling en invloed van de stof inclusief accessoires die van invloed kunnen zijn op ontladingen zoals knopen en ritsen


EN 1149-5: Productvereisten

Deze norm specificeert vereisten voor elektrostatisch geleidende kleding om vonkvormende ontladingen te voorkomen. Deze vereisten zijn mogelijk niet toereikend in een met zuurstof verrijkte omgeving. Deze norm is niet van toepassing voor bescherming tegen hoogspanning.


Algemene ontwerpeisen:

Geleidende elementen (ritssluitingen, drukknopen) moeten verdekt worden

Als de kleding uit meerdere lagen bestaat, moet de buitenlaag in staat zijn de elektrische ladingen te verspreiden

Labels, reflecterende banden, die nodig zijn voor de veiligheid, moeten vast op de kleding bevestigd zijn.

In de gebruikersinstructie moet aangegeven worden, dat gelet moet worden op de aarding van de drager (bv. met antistatisch schoeisel).


EN ISO 11611 (oud EN-470) Bescherming bij lasprocessen e.d.

Deze norm is gebaseerd op het vermijden van het binnendringen van lasspatten in de kleding.

De kleding wordt ingedeeld in twee klassen. Bij deze classificatie wordt rekening gehouden met het resultaat van twee testen, die meten:

hoeveel lasspatten nodig zijn om de huidtemperatuur met 40° te laten stijgen, en

de bescherming tegen stralingshitte.


Als één van beide normen niet wordt gehaald, valt de kleding in klasse 1, anders in klasse 2.

Ook wordt de kleding getest op vlamverspreiding (ISO 15025 procedure A) en elektrische weerstand (minimaal 105 O). Daarnaast zijn een aantal modeleisen van toepassing:

Alle buitenzakken moeten voorzien zijn van een klep, die 1 cm breder is dan de zak zelf. Uitzonderingen hierop zijn zijzakken onder de taille met een hoek van minder dan 10º en duimstokzakken achter de zijnaad met een opening < dan 7,5 cm.

Metalen onderdelen (drukkers/ritsen) moeten verdekt zijn aan de buiten- of binnenzijde

Het ontwerp moet vermijden dat metaalspatten "gevangen" kunnen worden, d.w.z. blijven hangen in een plooi, naad e.d.

De maximale afstand tussen de knopen is 15 cm.

De rits mag bij volledig sluiten niet naar beneden zakken


Cruquiusweg 77   1019 AT   Amsterdam   Tel. 020 - 668 10 11   Fax 020 - 692 56 26    E-mail: info@steenkist-schijfsma.nl